Toen ik jaren geleden net als jong broekie aan net het werk was bij IBM, nog niet eens droog achter mijn oren, werd ik meegenomen door mijn baas naar een jubileum van een collega die er veertig dienstjaren op had zitten. Veertig dienstjaren! Een receptie met de bekende rituelen natuurlijk. Waaronder een gouden horloge met inscriptie ‘voor bewezen trouwe diensten’. Uitgereikt door de hoogste baas zelf. Met een klinkend verhaal. Ietwat weemoedig ging ik naar huis. Denkend aan die eindeloze tijd die ik nog zou moeten alvorens ik dat moment bereikt zou hebben. Voor dat ik dat gouden horloge dan omgehangen zou krijgen. En dat benauwde me geweldig.
Onlangs was ik op bezoek bij een directeur HRM van een omvangrijke publieke organisatie met enkele duizenden mensen op de payrol. Ik moest even nog wachten, ze was nog bezig met de afronding van een ander gesprek. ‘Het loopt wat uit’ verontschuldigde haar secretaresse.
Voorzien van een heerlijke kop koffie viel mijn oog viel op een schitterend boek dat in het zitje voor haar kamer lag te pronken…
Franse Rafale jachtvliegtuigen die wegschieten vanaf een Brits vliegdekschip. Het gezamenlijk oppakken van onderhoud van de A-400 transportvliegtuigen. Het opzetten van een gemeenschappelijke Frans-Engelse strategie voor het operationeel houden van kernwapens. Nog maar vijf jaar geleden was dit absoluut ondenkbaar! Maar nood breekt wet én trots. De noodzaak om fors te bezuinigen opent immers ongekende perspectieven in het defensiebeleid van Europese landen.
Als zelfs deze landen op militair gebied tot de conclusie komen dat ze letterlijk over de schaduw van hun eigen koninkrijk moeten springen, wat weerhoudt ons dan in de publieke zaak om dat voorbeeld te volgen?
Laatst zag op YouTube een filmpje van Herman Wijffels. Tegenwoordig hoogleraar sociale innovatie. Zijn stelling was: we benutten nog niet eens de helft van de talenten van de mensen die we hebben, die dagelijks voor ons werken. Managementgoeroe Peter Drucker zei het nog niet zo lang geleden als volgt: ‘De grootste verdienste van het management van de 20ste eeuw is de vijfvoudige verbetering van de productiviteit de fabriekswerker. De uitdaging voor het management van de 21e eeuw is om de productie van de kenniswerker op een gelijkwaardige wijze te verbeteren.’
En in de praktijk van alledag is dat natuurlijk goed zichtbaar. Hoeveel mensen slepen zich niet door de dag heen om daarna tot bloei te komen bij de oudercommissie, voetbalclub of de duivenmelkvereniging? En daar komt dan wel een enorme hoeveelheid creativiteit tevoorschijn! Met fonkelende ogen. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat de helft van de Nederlanders met tegenzin naar hun werk gaat. Wonderlijk eigenlijk als je bedenkt hoeveel werkzame uren er in een leven lang werken zitten: dat komt in de buurt van de 80.000 uren. Tachtigduizend! En als je dan niet met plezier naar je werk gaat, dan zijn dat wel hele lange dagen.
Je kent dat vast wel. Eindeloze sessies om die blauwdruk aangescherpt te krijgen. Meeslepende meetings met veel discussies over posities en zo meer. Uiteenlopende gezichtspunten en veel te weinig gemeenschappelijks. En om dan uiteindelijk te komen tot een vorm van consensus wordt de macht ingeroepen. De baas wordt erbij gehaald en die moet dan maar eens optreden. Om leiderschap te laten zien. En als hij heeft gesproken, dan kan het ook worden vastgelegd in een mooi indrukwekkend rapport met veel structuurschema’s en andere harken. Papier is immers geduldig!
Maar hebben we dan de indruk dat dit gaat landen? Denken we dan echt dat dit de route is naar dat beloofde land? Worden onze afnemers zo beter bediend? Zien we het werkplezier zo toenemen? Dacht het niet. Eén ding is in ieder geval zeker: het is jammer van al die energie, zeker in relatie tot het resultaat.
Ons land scoort goed als het gaat om de hoogste adviesdichtheid ter wereld. Er wordt wel eens gekscherend gezegd dat er achter iedere boom wel een consultant zou staan. Maar de laatste tijd zitten de ‘externen’ behoorlijk in de beklaagdenbank. Inhuur als zondebok. Met het beeld dat ze te duur zijn, in te grote auto’s rijden en alleen maar uitgebreide rapporten schrijven die daarna in de bekende bureaulade verdwijnen.
Deze site blogt over innovatief organiseren, slimmer werken en sociale innovatie.

