In 2005 publiceerde Eric Schmidt (CEO Google) en Hal Varian (Berkely professor en Chief economist bij Google) de 10 gouden regels voor van het personeelsbeleid bij Google. Vandaag komt een bericht in de media dat Google werkt aan een algorithme om de braindrain binnen de organisatie tegen te gaan. Door een enorme hoeveelheid HRM data door te rekenen zijn ze in staat medewerkers eruit te vissen die zich ondergewaardeerd voelen en wellicht willen vertrekken. Dit is in lijn met regel 9: data driven decisions. Google is een van de eerste bedrijven die een meer kwantitatieve benadering kiest om haar personeelsbeleid, in het bijzonder talent management en retentie. Huidige en voormalige Google medewerkers zijn van mening dat talent wegsijpelt, omdat er niet aan carriere planning wordt gedaan en dat het huidige HRM systeem te onpersoonlijk is. Of deze nieuwe trend van data drive HRM beslissingen navolging vindt valt nog maar te bezien. Medewerkers worden lettelijk tot Human Resources (menselijke bedrijfsmiddelen) teruggebracht en ogenschijnlijk is men niet is staat om de sociale kant van HRM echt handen en voeten te geven.
It’s not how good you are, it’s how good you want to be. Deze ondertitel staart me vanaf de kaft van de Nederlandse versie van het boekje van Paul Arden. De uitgever heeft als vertaling van deze titel genomen: Kunnen is zilver, willen is goud. Zou het? De boeken van Paul Arden, groot geworden bij Saatchi & Saatchi, passen in de oer-Anglosaksiche stijl van auteurs als Stephen R. Covey en andere ‘als je maar wil, dan kan iedereen het’ schrijvers. Het zijn de zelfhulpboeken voor de ‘insecure overachievers’. Zelf geloof ik daar niet zo in. Toch ben ik blij dat ik dit boekje doorgenomen heb!
“Personeel profiteert mee van overnames” zo lees ik op oudejaarsdag op de website van NRC Handelsblad. Mooie foto met de naam Grolsch in neonletters er bij. Dat het personeel van de bierbrouwer uit Enschede (opgericht in 1615 te Groenlo) van de overnemer SABMiller een som krijgt van €8 miljoen was mij al bekend. Mooi initiatief. Maar hoe zit het bij andere overnames? Heeft NRC een goudader ontdekt?
Je gaat het pas zien als je het door hebt, om met een bekend volksfilosoof te spreken. Afgelopen week werd het grote Rijnland congres gehouden, waarin in de media behoorlijk aandacht aan is besteed. De Rijnlanders namen de turfsmurfen, het vinkvee en de spreadsheet fetisjisten, als representanten van het Anglosaksische model, de maat. Maar, het Europese Rijnlandse model is passé, zo stelde Kees Storm vorig jaar al in het Financieele Dagblad. Het wordt tijd voor een wereld model, nu er steeds meer convergentie optreedt door de globalisering. Hé, daar heb ik niets over gelezen in de verslagen van het grote Rijnlandse congres. Wat is dat dan, een wereld model?
Het is prettig om geabonneerd te zijn te zijn op een kwaliteitskrant. Zo word je op tijd geïnfomeerd over nieuwe initiatieven in het land van innovatief organiseren, zoals ‘Het Grote Rijnland Congres’. Helaas moest ik het congres zelf missen vanwege drukke werkzaamheden elders, maar mijn NRC praat mij bij. Voor wie de krant heeft gemist een korte impressie met enkele leuke uitspraken.
Het belang van private equity neemt zienderogen toe, maar inzicht en controle blijven uit. In de marge van het grote nieuwe berichtten diverse ochtendbladen vorige week over de enorme stijging in het kapitaal dat Europese private equity partijen in 2006 onder hun beheer hebben gekregen. Volgens onderzoek van brancheclub European Private Equity and Venture Capital Association (EVCA) hebben deze investeerders vorig jaar voor meer dan € 112 miljard uit de markt opgehaald. Dit is 54% méér dan in het jaar ervoor.
In de periode 1997-2004 kwam een aantal ingrijpende financiële schandalen aan het licht bij beursgenoteerde ondernemingen. Volgens onderzoek van Cees Kools bleek de onderliggende oorzaak een combinatie te zijn van de drie factoren excessief belonen van CEO´s, zonnekoningreputaties en irrealistische targets.
Het Rijnlandse bedrijfsmodel dreigt in rap tempo naar de vergetelheid te geraken. Vooral de grootschalige overnames van nationale kampioenen in noordwest Europa door buitenlandse ondernemingen draagt hieraan bij. Dat de wereld steeds Angelsaksischer wordt is een feit. Dat bedrijven daardoor in hun doelstellingen en drijfveren steeds meer op elkaar gaan lijken ook. Wat betekent dit alles voor sociale innovatie?
Vanmiddag was ik te gast bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor een workhop over “sociale innovatie en medezeggenschap”. Een boeiend onderwerp, te meer omdat geen brede overeenstemming is over wat er onder sociale innovatie wordt verstaan. Iedere partij claimt het begrip met zijn eigen particuliere agenda. En dan de link met medezeggenschap, hoe moeten we dat zien? Het is een nuttig initiatief van het Ministerie vam SZW om eens wat helderheid over deze begrippen te verschaffen en om medezeggenschap op de sociale innovatiekaart te zetten.
Hoewel rugbyspelers elkaar zonder harnas de meest enge dingen aandoen is het aantal blessures toch aanmerkelijk lager dan bij American Football, waar de spelers er uit zien als moderne ridders in wapenrusting. Zou het bij HRM ook zo zijn dat een organisatie uiteindelijk beter af is zonder al die nieuwe tijd- en geldverslindende instrumenten, modes en buzzwords?
Deze site blogt over innovatief organiseren, slimmer werken en sociale innovatie.


Laatste reacties
@Eric Alkemade, dank voor de rake beschrijving van het tijdsbeeld waarin we zitten. …
reactie op: Meer arbeidsmobiliteit door zelfsturingMijn auto was aan zijn eind gekomen in Alkmaar op de snelweg. Er was geen redden meer…
reactie op: Hoe klantgericht innoveert Greenwheels?Krijg ik wel alles wat mijn medewerkers mij zouden kunnen geven??? Nee, en als die…
reactie op: Het psychologisch contract: duurzame energie door verbinding