Ik word niet goed van het geklets en gezwets op social networks. Ooit dacht ik dat online netwerken effectief zouden zijn. Het tegendeel lijkt me nu eerder waar.
Wat is er aan de hand? Het Nieuwe Werken heeft z’n intrede gedaan. Kenniswerkers worden vrij gelaten in hun tijdsindeling, waar en vooral hoe ze hun werk doen. Als het maar resultaat oplevert. Nu ben ik zelf groot voorstander van flexibel werken, met bijbehorende vrijheid en verantwoordelijkheid. Werken vanuit je eigen waardes, toewerken naar je eigen dromen. Het kan allemaal, mits goed gefaciliteerd door een centrale organisatie, in veel gevallen de werkgever.
In de praktijk ligt het gecompliceerder. De sluipvijand van menig flexwerker doemt op. Eén waarvan je op het eerste gezicht niet zou zeggen dat het een vijand is. Je vertrouwt hem en schaart hem kritiekloos aan je zijde. Een wolf in schaapskleren. Te weten: het internet.
Naast een hogere medewerkertevredenheid en lagere kosten (ICT, huisvesting) belooft HNW ook een flexibelere, effectievere en efficiëntere werkstijl. Kort gezegd: de verhouding tussen zinvolle activiteiten enerzijds en dubbele en overbodige activiteiten anderzijds neemt toe.
Het zou mooi zijn als er een universeel toepasbare maatstaf zou zijn om dit te meten. Ik schreef al een eerder artikel over dit onderwerp op deze site.
Je zou bijvoorbeeld kunnen beginnen door HNW-productiviteitswinst bij kenniswerkers te meten door het aandeel waardetoevoegende, directe uren ten opzichte van het totaal aantal gewerkte uren door de tijd te volgen. Dit is een simpel, breed toepasbaar kengetal dat voor iedereen te begrijpen is. Maar ook met dit kengetal zijn er minimaal zes problemen.
Werknemers identificeren zich sterk met een beeld van de ideale werknemer, maar daardoor neemt het risico van stress op het werk toe. Dit stelt Casper Hoedemaekers in zijn recente proefschrift “Vastgepind op presteren: een Lacaniaanse benadering van subjectiviteit en arbeid”. Hij beschrijft de effecten van functioneringsgesprekken, competentiemanagement en ontwikkelingsgerichte instrumenten als mentoring, die de Nederlandse overheid gebruikt om individuele prestaties te meten en te evalueren. Wat zeggen deze resultaten over de rol van HR bij verandertrajecten?
Sociale innovatie staat al lang in de belangstelling. Kenmerkend voor discussies rond dit thema verwoordde Jaap Jongejan (FNV) ooit “Sociale innovatie en wereldvrede hebben veel gemeen. Iedereen vindt het belangrijk. Niemand weet precies wat het betekent. Nooit is duidelijk hoe het wordt bereikt en er is altijd wel iets waardoor het er niet van komt”. Dat niemand precies weet wat het betekent is niet zo verwonderlijk als je naar de definitie kijkt die door het NSCI (Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie) wordt gehanteerd: “sociale innovatie is het systematisch verbeteren van de manieren van werken in organisaties”. Tja, veel algemener kun je het inderdaad niet verwoorden.
Deze site blogt over innovatief organiseren, slimmer werken en sociale innovatie.


Laatste reacties
@Eric Alkemade, dank voor de rake beschrijving van het tijdsbeeld waarin we zitten. …
reactie op: Meer arbeidsmobiliteit door zelfsturingMijn auto was aan zijn eind gekomen in Alkmaar op de snelweg. Er was geen redden meer…
reactie op: Hoe klantgericht innoveert Greenwheels?Krijg ik wel alles wat mijn medewerkers mij zouden kunnen geven??? Nee, en als die…
reactie op: Het psychologisch contract: duurzame energie door verbinding