Afgelopen week werd in Felix Merites, het Europees centrum voor kunst, cultuur en wetenschap, de driedaagse International Public Procurement Conference 2008 georganiseerd. Wetenschappers, consultants en inkoop managers uit 24 landen kwamen dit jaar in Amsterdam bij elkaar. Dit jaar was het thema Enhancing Best Practices in Public Procurement. Eerder dit jaar was er een call for papers waarvoor ik samen met een collega een bijdrage heb geschreven. Afgelopen vrijdagmiddag mocht ik een korte presentatie geven. Met onze bijdrage willen we een ander perspectief aanreiken in het publieke debat over de rol van publieke opdrachtgevers (inkopers). We hebben de rol van de publieke inkooppraktijk bekeken aan de hand van het boek Systems of survival van Jane Jacobs.
Voor iemand die vele jaren temidden van ‘hard core beta professionals’ heeft gewerkt, is het nog altijd flink wennen in het land van de organisatie-en veranderkunde. Hele pseudo-wetenschappelijke theorieën ontspruiten niet zelden uit n=weinig onderzoekjes. Het is dan ook zeer verfrissend weer eens naar een echte wetenschapper te luisteren. En dan ook nog eens iemand die ons een klein, maar heel effectief brokje kennis kan aanreiken om creatief gedrag op de werkvloer te stimuleren. Dr. Katinka Bijlsma-Frankema sprak afgelopen week op een seminar van het NCSI over ‘vertrouwen’. En dat aan de hand van haar jarenlange wetenschappelijke fascinatie voor het onderwerp en, jawel, degelijk onderzoek (n=1150).
Een tijdje geleden schreven we een posting over de top 26 Idea killers. Mensen hebben een goed idee en proberen draagvlak te creëren voor het idee. Nog voordat ze goed en wel het idee hebben uitgelegd komen de eerste idea killers al over de tafel. “Dat hebben we al geprobeerd“, “waarom denk je dat dit gaat werken?”, enz. Het blijkt verrassend eenvoudig om met bezwaren en tegenwerping te komen om een creatief idee van iemand anders neer te sabelen en de motivatie van mensen grondig de grond in te boren. Vaak ook nog eens onbewust. Omgekeerd is het wellicht nog moeilijker om aan te geven wat er nodig is om met succesvol met innovatie aan de slag te gaan. Als ik vraag aan mensen wat ze nodig hebben om innovatief te zijn, dan wordt ik meestal glazig aangekeken. De vraag is wellicht ook niet helemaal goed (Coert, bedankt voor de aanscherping). Een betere vraag zou zijn : “Wanneer is het je al eens gelukt om innovatief te zijn, als is het maar een beetje?” Welke ervaringen, aanmoedigen, suggesties of hulp hebben ertoe geleid dat je met je innovatieve idee aan de slag bent gegaan? Kortom, kunnen jullie remedies bedenken tegen de innovatiekillers, zodat we beter kunnen aangegeven wat wel werkt?
Door André de Waal van het Center for Organizational Performance is vorig jaar een grootschalige onderzoek naar het fenomeen ‘High Performance Organizations (HPO)’ afgerond. Het is interessant de resultaten van deze studie nog eens te bekijken vanuit het gezichtspunt van sociale innovatie. Er is een groot aantal kenmerken van HPO’s, ondergebracht in acht gedragsbepalende factoren, zoals het beschikken over een unieke strategie, het goed richten van het gedrag van medewerkers en het continu werken aan leren over verbetering en vernieuwing. Het lijkt erop dat om een HPO te worden men sterk dient te investeren in sociale innovatie, maar kan dit nog iets preciezer?
Werkgevers constateren het ontstaan van personeelsschaarste als gevolg van een goed draaiende economie. Al jaren is sprake van schaarste op de arbeidsmarkt voor de zorg en welzijnsector. Er zijn vele kamervragen over gesteld. Maar ook accountants- en advocatenkantoren hebben er merkbaar last van. Volkskrant banen (15-01-2008) brengt dat je van goede huize moet komen om studenten te paaien. Dergelijke schaarste leidt tot prijsdruk en tot de noodzaak voor organisaties om een strategie te bedenken. Een dergelijke strategie heeft al snel een verbinding met “sociale innovatie,” aangezien de vernieuwing is gelegen in het realiseren van een andere relatie, per definitie een sociale en contractuele relatie met de mensen die het vereiste werk verzetten. Welke strategieën worden gevolgd, wat hebben deze te maken met sociale innovatie en waarom kunnen deze strategieën succesvol zijn omdat het rekening houdt met ontwikkelingen in de toekomst? De vijf strategieën die ik wil noemen zijn: (1) flexibilisering van arbeid; (2) buiten de organisatie organiseren; en (3) relationele verdieping; (4) efficiënter organiseren van het werk; (5) breder werven en opleiden.
De Nederlandse Spoorwegen en de vakbonden hebben een weg gevonden om een jarenlange traditie van diepgaande onderlinge conflicten te doorbreken. Op woensdag 17 oktober gaven hoofdrolspelers Kees Blokland (directeur P&O van NS) en Roel Berghuis (bestuurder FNV Bondgenoten) een presentatie over de wijze waarop zij het begrip sociale innovatie hebben ingebracht in de CAO-onderhandelingen. Het HR-beleid van NS wordt grondig gemoderniseerd.
Je gaat het pas zien als je het door hebt, om met een bekend volksfilosoof te spreken. Afgelopen week werd het grote Rijnland congres gehouden, waarin in de media behoorlijk aandacht aan is besteed. De Rijnlanders namen de turfsmurfen, het vinkvee en de spreadsheet fetisjisten, als representanten van het Anglosaksische model, de maat. Maar, het Europese Rijnlandse model is passé, zo stelde Kees Storm vorig jaar al in het Financieele Dagblad. Het wordt tijd voor een wereld model, nu er steeds meer convergentie optreedt door de globalisering. Hé, daar heb ik niets over gelezen in de verslagen van het grote Rijnlandse congres. Wat is dat dan, een wereld model?
Eén van de meest intrigerende vragen over sociale innovatie vind ik of je sociale innovatie kunt versnellen, richten, als strategie kunt zien en ontwikkelen. Als definitie van sociale innovatie houd ik aan: “een vernieuwing van de arbeidsorganisatie gericht op talentontplooiing en prestatieverbetering”. Er is enige consensus over sociale innovatie, in de zin dat sociale innovatie op de werkvloer ontstaat en dat je als leiding de voorwaarden kunt scheppen om sociale innovatie te stimuleren (www.ncsi.nl) . Veel organisatieadviseurs maken bezwaar tegen een concept van maakbaarheid van sociale innovatie, omdat zij vinden dat sociale vernieuwing gepaard gaat met ruimte en vertrouwen geven aan medewerkers (wat leiders doen) en niet met macht en management (wat managers doen).
In de literatuur zijn geen nieuwe voorbeelden voorhanden van innovatief organiseren na 1995 (!). Specifiek: samenwerking in de productieketen. Wel worden iedere keer nieuwe management thema’s aangedragen, zoals kennismanagement, e-dienstverlening, rode en blauwe oceanen en natuurlijk sociale innovatie. Maar iets nieuws over innovatief organiseren vinden is behoorlijk lastig.
Deze site blogt over innovatief organiseren, slimmer werken en sociale innovatie.


Laatste reacties
@Eric Alkemade, dank voor de rake beschrijving van het tijdsbeeld waarin we zitten. …
reactie op: Meer arbeidsmobiliteit door zelfsturingMijn auto was aan zijn eind gekomen in Alkmaar op de snelweg. Er was geen redden meer…
reactie op: Hoe klantgericht innoveert Greenwheels?Krijg ik wel alles wat mijn medewerkers mij zouden kunnen geven??? Nee, en als die…
reactie op: Het psychologisch contract: duurzame energie door verbinding