In betrekking of betrokken?

Laatst sprak ik een gewaardeerde medebestuurder met z’n roots in het Twentse – alle wijzen komen immers uit het oosten! – die tijdens een vergadering de terechte opmerking maakte over een collega: ‘zeg, is hij nou in betrekking of is hij betrokken?’. Een prachtige opmerking met een hoog boerenslimheid gehalte. Raakt mijns inziens de kern van de zaak. Want hoeveel collega’s gedragen zich niet vanuit die eerste positie. Lekker comfortabel. Een inspanningsverplichting in de sfeer van ‘ik doe toch mijn best’. Tsjiessus, moet toch niet gekker worden! Want natuurlijk doe jij je best. Daar word je toch ook voor betaald? Of niet soms?

Interessanter is waarom die collega’s zich gedragen zoals ze zich gedragen. Want velen van hen bloeien ’s avonds op bij de oudercommissie, de duivenmelkvereniging of de voetbalclub! Om daar met fonkelende ogen écht betrokken te zijn. En daar komt dan wel een enorme hoeveelheid creativiteit tevoorschijn! Die hele avond lang! En raken dan heus niet van de leg als ze een kwartiertje langer moeten blijven om het karwei af te maken.

Ik denk dat het heel veel te maken heeft met hun bazen. Want die moeten deze collega’s toch letterlijk beet pakken en hen verleiden om het beste uit zichzelf te halen. Om geen genoegen te nemen met dat labbekakkerige gedoe. Van die tragische grijze zesjes mentaliteit. Zij moeten aan de slag in de sfeer van ‘maak niet de grond onder hun voeten heet, maar wakker dat vuur in je collega’s aan‘. Op jacht naar hun eigen passie. Want iedereen heeft immers talent. Alleen sommigen weten dat goed en lang te verbergen. Maar als je hen goed laat graven door het stellen van de juiste vragen dan komt er veelal onder dat stof iets moois vandaan. Dan gebeurt er in de regel van alles.

Zo vind ik het erg interessant om met mensen te praten wat hen beweegt buiten kantoor. Waar ze zich geheel uit eigen vrije wil écht aan committeren. Waar ze werkelijk voor door het vuur gaan. En dan uiteraard afgerekend willen worden op hele concrete resultaten! En wat die bezigheden dan zeggen over hun talenten. En hoe ze dat dan kunnen kopiëren naar hun dagelijkse werk. In de sfeer van: ‘geef me de baan die bij me past en ik hoef niet meer te werken‘. En als je net zoals ik ervan uitgaat dat je maar één leven hebt, dan helpt het wel als je die zestig tot tachtig duizend uren die je in je werkzame leven mag besteden ook zo besteed dat je met energie nog thuis komt. En je niet van dag tot dag sleept naar het weekeinde. Of zoals ik laatst hoorde van een leeftijdgenoot bij een niet nader te noemen grote publieke instelling: ‘ik zit de rit wel uit’. Holadiee dacht ik toen, man, je mag nog zeker zo’n twaalf tot veertien jaar! Neem je verantwoordelijkheid eens en wordt alsjeblieft toch wakker.

En beste managers: als we ons realiseren dat we nog niet de helft van het kostbare talent dat we dagelijks hebben rondlopen in onze organisaties echt gebruiken, dat blijkt dat de helft van de Nederlanders met tegenzin naar het werk gaat én als we beseffen dat tien procent meer werkplezier uiteindelijk meer dan veertig procent meer effectiviteit genereert, tja waar wachten we dan nog op …

Doet me denken aan de prachtige uitspraak van de grote Eisenhouwer: ‘leiderschap is de kunst om iemand anders zover te krijgen iets te doen wat jij gedaan wilt hebben omdat hij of zij het zelf wil‘.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *