Managementlessen van de baviaan

Onlangs las ik een intrigerend artikel van Bob Sutton. Hij hoort bij de groep wetenschappers die het evidence-based management hoog in het vaandel hebben staan. In zijn artikel verwijst hij naar onderzoek van Robert Sapolsky. Sinds een uitzending van VPRO’s Bonobo-Bo ben ook ik fan van Robert Sapolsky. Deze onderzoeker van onze neven, de bavianen, kwam tot verrassende ontdekkingen. Het is een aanrader om op internet meer over deze langharige wetenschapper te weten te komen. Kunnen we wat leren van de zaken die de neurowetenschapper en bioloog Sapolksy in zijn langjarige studie meemaakte met de bavianen?  Zijn onderzoek laat zien hoe een vuilnisbelt met bavianen ons managementlessen kan leren.

Het verhaal begint in 1978 in het Afrikaanse Kenia. Sapolsky volgt daar meer dan 20 jaar een troep bavianen met de naam de Vuilnisbelt Gang. Deze groep foerageert op het afval dat de toeristen daar achter laten nabij hun lodge. Sapolksy had al waargenomen dat de lager geplaatste mannen constant op hun hoede zijn als er een ‘leidinggevende’ in de buurt komt. Onrustig volgen ze de bewegingen van de alfa’s. De agressieve mannetjes hebben het alleenrecht om te eten van de vuilnisbelt. De onderdanen en de vrouwtjes moeten maar zien hoe ze in hun levensonderhoud voorzien. Tussen 1983 en 1986 levert de vuilnisbelt een verrassing: geïnfecteerd vlees is op de berg terecht gekomen. Dit leidt tot sterfte van 46 % van de machthebbers. Wat er gebeurt nadat de leiders van de groep zijn wegvallen, is fascinerend.

Aan het woord is Bob Sutton met zijn beschrijving van de ‘the no asshole rule’:

“But when the top ranking males died-off in the mid-1980s, aggression by the (new) top baboons dropped dramatically, with most aggression occurring between baboons of similar rank, and little of it directed toward lower-status males, and none at all at females. Troop members also spent a larger percentage of the time grooming, sat closer together than in the past, and hormone samples indicated that the lowest status males experienced less stress than underlings in other baboon troops. Most interestingly, these effects persisted at least through the late 1990’s, well after all the original “kinder” males had died-off.  Not only that, when adolescent males who grew up in other troops joined the “Garbage Dump Troop,” they too engaged in less aggressive behavior than in other baboon troops.  As Sapolsky put it “We don’t understand the mechanism of transmission… but the jerky new guys are obviously learning: We don’t do things like that around here.”  So, at least by baboon standards, the garbage dump troop developed and enforced what I would call a “no asshole rule.”

Onderzoek wijst uit dat bavianen hoger in de rangorde minder stresshormonen laten noteren. De lager geplaatste apen delen deze luxe niet en hebben een minder prettig leven en levensverwachting. Ze missen controle. Sapolsky laat zien dat stress niet alleen zichtbaar, maar ook meetbaar is. Hij toont dit aan door het meten van de waarden van cortisol en adrenaline in het bloed van de bavianen.

Stress heeft een evolutionaire waarde: het zet het lichaam op scherp als er een acute en levensbedreigende situatie ontstaat. Als het gevaar geweken is, zakt de stresswaarde snel weer. Tenminste zo werkt in de dieren wereld.

Hoe anders is dit in onze maatschappij. De mens is de enige primaat die zich de effecten van chronische stress op de hals haalt. De gevolgen van de chronische stress zijn desastreus: het leidt tot hartziekten, verhoogde bloeddruk, verminderd immuunsysteem en negatieve effecten op het brein. De Whitehall studie van Michael Marmot naar stressniveaus bij ambtenaren op verschillende niveaus in de hiërarchie laat zien dat we deze gegevens ook kunnen toepassen op de nog steeds hiërarchisch georganiseerde organisaties in onze wereld.

Wat kunnen wij hier van leren? Sapolsky en zijn collega’s wijzen op het feit dat een veranderde cultuur, net zoals bij de Vuilnisbelt Gang, het tij snel ten goede kan keren. Na zes maanden zijn mannetjes uit andere groepen volkomen aangepast aan deze nieuwe cultuur.

Een verminderde of aangepaste hiërarchie kan goede invloed hebben op het groepsgevoel. De banden binnen die groep verstevigen, samenwerking lonkt, medewerkers blijven gezond en de verhoogde productiviteit maakt het voor bedrijven ook interessant!

Klik hier voor een interessant interview met Robert Sapolsky over gezonde en ongezonde stress in organisaties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *