Wie wilde eigenlijk meer fatsoen in Nederland? Nou, ik, bijvoorbeeld!

Rond de kerstdagen word ik altijd wat filosofisch. Dan denk ik veel na over geven in plaats van nemen, over fatsoenlijke omgangsvormen en respect voor anderen. Om optimaal te kunnen functioneren, is het namelijk belangrijk dat we ons in de maatschappij en in organisaties gerespecteerd en fatsoenlijk behandeld voelen. Goed nieuws voor mij was dus de recente uitkomst van een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek waaruit bleek dat steeds minder Nederlanders respectloos gedrag ervaren. Gaf in 2008 nog 20 procent van de ondervraagden aan zich wel eens respectloos behandeld te voelen, inmiddels is dit aantal gedaald naar 16 procent (bron: Dag van Respect, 8 november 2012). Volgens mij kan dit nog beter, maar dan moeten wij ons hiervoor allemaal inzetten.

Als we het hebben over normen en waarden: wat zijn eigenlijk typisch Nederlandse normen en waarden?

Ik denk dan altijd gelijk aan het liedje ‘15 miljoen mensen’ (Fluitsma & Van Tijn) waarin dit zo mooi verwoord is:

15 Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die schrijf je niet de wetten voor
Die laat je in hun waarde

Het land vol groepen van protest
Geen chef die echt de baas is
Het land vol van verdraagzaamheid
Alleen niet voor de buurman

We zijn dus een stel individuele eigenheimers, maar als het erop aankomt dan sluiten we de rijen en staan we samen sterk. Denk aan geldinzamelingsacties bij natuurrampen of aan spontane protestacties tegen zinloos geweld. Op zulke momenten zijn we er voor elkaar.

Als Nederlandse maatschappij vertrouwen we dus sterk op ons zelforganiserend vermogen dat gebaseerd is op onze gedeelde culturele normen en waarden. Daarom ben ik ook zo trots op Nederland. Althans, dat dacht ik altijd, tot een tweetal incidenten. Deze wil ik graag met u delen om te laten zien hoe het dus niet moet in Nederland.

Toen ik op de lagere school zat, waren er altijd ouders als verkeersbrigadiers om je te helpen om veilig drukke straten over te steken. En in de laatste klas mocht je, naast een ouder, ook ‘brigadier staan’ om de kleintjes over te leiden. Ook mijn kinderen hebben dat op de basisschool gedaan. Wat een prachtig oer-Nederlands instituut! Totdat we in groep 8 een briefje kregen van de ouderraad dat ze gingen stoppen met het inzetten van kinderen vanwege het toenemend aantal automobilisten dat gewoon doorreed, obscene gebaren maakte of de brigadiers uitschold. Toen dacht ik, is dit nog mijn Nederland?

Als ik op de snelweg rijd en in mijn achteruitkijkspiegel een ambulance met zwaailichten zie naderen, dan ga ik gelijk naar de rechterbaan. Bij het voorbij rijden van de ambulance denk ik altijd even aan degene die in de ambulance ligt en wens hem of haar sterkte. Wat schetste mijn verbazing toen, enkele jaren geleden, weer eens een ambulance voorbij reed en de auto achter mij direct naar de linkerbaan ging en vol gas achter de ambulance aanreed. Op de drukke snelweg maakte die natuurlijk de weg vrij. Blijkbaar was de eerste reactie van de automobilist achter mij dat hij een buitenkansje zag in andermans leed!

We kunnen dus nog veel verbeteren als het gaat om fatsoen en respect. Wat mij betreft ben ik dan maar 5 minuten later op mijn bestemming omdat ik moet stoppen voor de verkeersbrigadiers. Dan ben ik maar niet de snelste op de snelweg. Dan denk ik maar eerst aan anderen in plaats van aan mijzelf!

Ook in het bedrijfsleven hebben we de afgelopen jaren veel verloedering van normen en waarden gezien. Denk aan alle affaires waarbij het eigenbelang van de bestuurders op de eerste plaats kwam. Vroeger was bij headhunters de vuistregel dat als de sollicitant goed voor zijn eigenbelang kon opkomen bij de salarisonderhandelingen tijdens de sollicitatie dat deze dan ook goed zou kunnen opkomen voor de belangen van de organisatie. Nou, die vlieger ging dus mooi niet op!

Het is belangrijk dat we ons in de maatschappij en in organisaties gerespecteerd en fatsoenlijk behandeld voelen. Want in een sfeer van vertrouwen en veiligheid komt het beste in mensen naar boven. Daarom dit pleidooi voor fatsoenlijk gedrag en respect voor anderen, voor een cultuur van geven in plaats van nemen. Dat begint met kleine, alledaagse dingen doen voor anderen, thuis, in het verkeer en op het werk. Door eerst en vooral aan anderen te denken. Wie hiermee moet beginnen? Nou, u en ik, vandaag!

Kerstmis: maak er een feest van voor iedereen!

4 thoughts on “Wie wilde eigenlijk meer fatsoen in Nederland? Nou, ik, bijvoorbeeld!”

Erica Groenendijk 7 jaar ago

Ja Eric, de kerstdagen zijn een mooie gelegenheid om je te bezinnen. Ik ben vooral geïnspireerd door het nieuwste boek van Margaret J. Wheatley: So far from home – lost and found in our brave new world. Zij roept ons op om warriors for the human spirit te worden. En dan bedoelt ze met warriors de strijders uit de Tibetaanse cultuur: moedige mensen die de belofte afleggen om nooit agressie te gebruiken.

Margaret reikt ons een overzicht aan van het pad voor de strijders. Onderdeel daarvan is dat we iedere gelegenheid verwelkomen om onze vaardigheden van mededogen en inzicht toe te passen, zelfs in lastige situaties. En dat we waakzaam en zorgvuldig zijn in onze relaties om te voorkomen dat we meedoen aan de polariserende dynamiek die op dit moment gaande is. Ze vraagt ons met een open mind en open hart in de wereld te staan. We weten dat we op die manier onze vriendelijkheid, voorkomendheid en moed verder kunnen ontwikkelen.

Ze raadt ons aan om met net zoveel zachtheid en tederheid voor onszelf te zorgen als voor anderen. Neem de tijd om uit te rusten, na te denken en je te vernieuwen. Dan kunnen we voluit genieten en dankbaar zijn voor al die momenten van vreugde, vrolijkheid en al het goede in ons leven. Laten we vertrouwen op wat ons bindt want zolang we samenwerken en elkaar steunen kunnen we alles aan!

Ik wens iedereen een mooi uiteinde en een inspirerend en liefdevol 2013!

Hans Rutteman 7 jaar ago

Beste Eric en Erica,

Bij het lezen van jouw overpeinzing, Eric, overvalt me snel m’n woede; doorrijden bij oversteekplaatsen voor kinderen – en dan ook nog de manier waarop-, het gedrag van medeweggebruikers- de stoom komt uit m’n oren. En het helpt mij en die anderen niets.

Ik lees door en arriveer bij je oproep om in eigen kring goed te doen. Ja, dat herken ik en hoe kleiner de kring is hoe makkelijker dit bereikbaar is/lijkt.

Erica presenteert dan andere koek. De warrior schoolt zichzelf zodanig dat hij zich niet inlaat met het woedegevoel dat ik hiervoor beschreef. Daar ligt dus een mooie uitdaging voor mij.

Eric Alkemade 7 jaar ago

Hans en Erica,

Uiteraard is het goed om te leren hoe om te gaan met je negatieve emoties bij onfatsoenlijk gedrag van anderen en jezelf daartegen te beschermen. Mijn pleidooi is ook om vooral zelf, actief, wellicht tegen de stroom in, fatsoenlijk te blijven handelen.

Eric.

SaintPier 7 jaar ago

Eric, Erica, Hans:

Wat ik van allen van jullie lees is zó herkenbaar.
In eerste plaats is de media, met haar quasi populaire grote mond, schuldig aan dit fenomeen.
Als je maar een grote bek hebt, ben je succesvol. En dit is niet bedoeld als cliché, maar mijns inziens helaas simpelweg waar. Bij diverse televisie programma’s komt dit terug. Ik denk hierbij aan Sterretje, Brit, Gerard Joling, enz…. Kom zo dom mogelijk over en heb een grote bek, en je hebt succes.
Al de dingen eromheen zoals doorrijden bij klaarovers, bedreigen van abulance personeel of zoals je zegt het achterna rijden van een ambulance om maar in ieder geval een paar seconden eerder ergens te zijn, komen allemaal voort uit het feit dat 85% van de mensen niet kunnen omgaan met de rechten die ze denken te hebben.
Betekent het recht op vrije meningsuiting dat je alles maar moet mogen roepen?
Ik ben van mening dat de rechten die we met ons allen hebben, worden ondermijnd door lieden die er hun onbegrensde voordeel mee willen doen. En niemand heeft er een antwoord op. Althans, niemand die er iets aan zou KUNNEN doen. Ik denk aan de rijdende rechter die voor de TV eens heeft geuit: “Inderdaad, de ASO’S hebben niets te verliezen en daar moeten we het mee doen.”
Een familielid van mij is regelrecht bedreigd door iemand in de straat, en is naar de politie gestapt. Die zijn simpelweg niet thuis. En dat is niet overdreven, want ik heb van meerdere mensen ditzelfde vernomen. Als ik dan ervaar dat, wanneer ik om half drie in de nacht op mijn scooter stap om aan het werk te gaan (Ik was tot een aantal maanden geleden vrachtwagen chauffeur) er een politie busje naast me komt rijden of ik misschien wel een kilometertje te hard rij, gaat mijn bloed koken.
Als we over verkeer gaan praten, is er geen enkele discussie mogelijk als er een klein dingetje niet klopt, en je simpelweg een bekeuring krijgt voor iets pietluttigs. Maar als we het over de belangrijke dingen in het leven gaan praten, dan is niemand thuis, en hebben de groep mensen met de zogenaamde grote mond het voor het zeggen.
Begrijp me goed: Ik ben absoluut niet religieus. Ik geloof echt niet in God of een andere hogere macht. Als we het daarvan moeten hebben, dan falen we, zoals we het nu zien gebeuren.
Ik geloof WEL in een samenleving. En een samenleving wordt sterk door wetten. Natuurlijk ook door normen en waarden, maar daar moet een samenleving voor geschikt zijn. Als we de normen en waarden niet van onze ouders leren, dan rest ons alleen nog om deze zaken om te zetten in wetten. Anders verpauperen we tot iets wat we in de middeleeuwen al gehad hebben. Het belangrijke is, dat de wetshandhavers objectief blijven zonder emoties. Ik geloof dat dat kan.
Ik kan me nog herrineren dat ik als klein jochie een keer een flinke waarschuwing kreeg van een politie agent voor het spelen in de bouw op zondag. “Maak dat je wegkomt”.
Nu ik 48 ben zit dat nog steeds in mijn hoofd, en het is lang een vraagstuk geweest, wat helemaal niet erg is. Ik had namelijk helemaal geen kwaad in de zin. De schrik die ik toen had is, toen ik eenmaal wat verder was in het leven omgezet in “Inderdaad, hij had gelijk”.
Soortgelijke ervaringen heb ik gehad met correcties van mijn ouders. Natuurlijk doe je gekke dingen als je jong bent, en ik heb echt conflicten gehad met mijn ouders over hun pogingen om mij te corrigeren. Maar achteraf zijn dat de dingen geweest die mij hebben gevormd.
Ik ben zijdelings werkzaam geweest in het onderwijs bij een leverancier van computersystemen aan basis scholen, en ik ben dagelijks geconfronteerd met kinderen met een veel te grote mond. Niemand corrigeerde dat. Ook heb ik van vele onderwijzers vernomen dat als er al eens een poging werd ondernomen om een correctie uit te voeren op een kind, de ouders van dat kind op hoge poten naar de school kwamen “waar ze zich mee bemoeiden”.
Als ik vroeger al eens een keer iets deed op school wat niet door de beugel kon, en de school deed haar beklag bij mijn ouders, dan kreeg ik van mijn ouders een draai rond mijn oren, bij wijze van spreken. In ieder geval werd het gecorrigeerd. En daar pluk ik nu nog de vruchten van in positieve zin.

Natuurlijk proberen kinderen van alles. Dat is in vele boeken beschreven. (Ook Dick Swaab in “Wij zijn ons brein”) Maar de correcties vormen het kind. En niemand is perfect, dat besef ik ook. Ook op latere leeftijd merk je dat je hier en daar nog gecorrigeerd moet worden. Een kind is niet druk en rebels bij geboorte, maar wordt ook zo gevormd door te weinig of niet corrigeren. Dat dit geen leuke baan is weet ik, en ben bewust om die reden altijd van mening geweest dat dit geen baan is voor mij. Respect voor de ouders die dat nog wel goed doen. Heel veel respect zelfs.

De kerstdagen zijn voor mij als atheïst niet meer dan gezellige dagen met familie.
De bezinning van mensen tijdens die dagen kan ik me heel goed voorstellen, en geef toe dat ik zelf ook tijdens die dagen wat vaker stil sta bij de dingen van het leven. Maar ik realiseer ook dat dit komt doordat er vaker over wordt gesproken tijdens die dagen. Eerlijk gezegd sta ik dagelijks stil bij deze zaken wegens mijn directe buren.
Ik ben al meer dan twee jaar bezig om de flat waar ik woon wat leefbaarder te krijgen. Mijn buren hebben sch…. aan de overlast die ze veroorzaken. ’s Morgens komt er muziek van boven, ’s middags van de buren links en ’s avonds komt het van de buren rechts. Dan te bedenken dat deze flat voor 50% wordt bewoond door ouderen, of, zoals ikzelf, door mensen die wat mankeren. Ik ben hartpatiënt en heb veel last van ader verkalking. Je hoort mij niet klagen hoor, wat mijn aandoening betreft. Ik vind iet dat anderen last moeten hebben van mijn gebrek. Maar heb ik geen recht op rust?
Welke vrijheid telt nu zwaarder: De vrijheid om lekker gewoonweg dusdanig hard je muziek te draaien dat het door de betonnen muren van deze flat komt, of mijn vrijheid om rust te hebben?
Ik misgun niemand zijn muziek, maar waarom moet ik er verplicht van “meegenieten”?

Mijn conclusie :
Mensen hebben vrijheden. Maar dat geldt twee kanten op. De vrijheid van de één, mag niet leiden tot het schenden van iemand anders zijn/haar vrijheid. Laten we met elkaar eens proberen om het land leefbaar te houden van iedereen.
Ik bedoel “ProjectX” feesten : Waar hebben we het hier over?
Als dat een vrijheid is die we hebben, dan mag ik toch ook gewoon 200 Kilometer per uur rijden?
Mensen KUNNEN simpelweg al die vrijheden niet aan, en gaan dingen doen de de maatschappij ondermijnen. Dus moeten er wetten zijn, net als in het verkeer, waar de mensen uit ANGST voor de consequenties zich aan houden.

PFFFF. Dit bericht is ongeveer tien keer zo lang geworden als ik voor ogen had. En nog heb ik het gevoel dat ik niet volledig ben geweest. Moeilijk onderwerp, maar wel van wezelijk belang denk ik.

Peter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *