Portret van Joep Bolweg, deel 1

Hij adviseert al vele jaren op het brede terrein van arbeidsverhoudingen en personeelsmanagement, was 16 jaar directielid van Berenschot HRM en is deeltijdhoogleraar strategische HRM aan de VU PGO-MC. Wat vindt hij van de nieuwe begrippen sociale innovatie en wat betekent dit volgens hem voor de innovatiekracht binnen organisaties? Is het oude wijn in nieuwe zakken of gloort er iets nieuws aan de horizon? Het was een aangenaam gesprek met veel humor en relativeringen langs oxymorons, serendipiteit, externaliteiten, sterven voor de zaak, creatieve destructie, individually controlled resources, deadly combinations, technological gaps, creativiteit en innovatie. En dat allemaal in 1 uur.

En, nog innovatief georganiseerd de afgelopen tijd?Onlangs is er een brand geweest in een groot ziekenhuis. Drie maanden geleden is de helft van de OK capaciteit verbrand. We (Berenschot) zijn nu aan het evalueren hoe ze hier op hebben gereageerd. De voorlopige conclusie is dat er zeer snel en adequaat is gereageerd. De Raad van Bestuur is er meteen op ingestapt. Er zijn geen vertragingen op gelopen, eigenlijk is het allemaal prima gegaan. Nu komen onderwerpen aan de orde als roosteren en bedrijfstijden verlenging, want binnen de gezondheidszorg is dit al langer het geval. Nu moet het ook echt, omdat de capaciteit is gehalveerd. Dit verloopt redelijk soepel. Nu sprak ik laatst mijn oud-collega Ton de Korte (directeur NCSI) en die vroeg of hij dit als case voor creativiteit en sociale innovatie mocht gebruiken. Tsja, dan vraag ik me toch af of dit nu al sociale innovatie is, als je al blij bent met een case waarbij we nog een stukje van de zaterdag erbij pakken om te gaan werken.  

Trouwens, het verhaal heeft een trieste afloop. De response was zo goed, ze werken wat langer door en het werk verloopt nog efficiënter en er wordt nu ook op zaterdag geopereerd. Er is geen pijn geleden, door een perfecte flexibele respons. Maar nu, en dat is het leuke van de ingewikkeldheid van onze samenleving, moeten er begrotingsvoorstellen ingeleverd worden bij de ziektekosten verzekeraars voor herbouw. De ziektekostenverzekeraars zeggen: We hebben helemaal niet gehoord dat u problemen heeft gehad met de huidige capaciteit. We hebben geen klachten gehad van patiënten en hebben het ook niet in de krant gelezen. U heeft helemaal geen gebruik gemaakt van de ‘perifere OK capaciteit’ zoals dat heet. Kortom, je wordt gestraft voor je eigen innovatieve vermogen. Een voorbeeld van een innovatieparadox. Omdat ze zo vreselijk efficiënt geweest zijn, krijgen ze nu problemen om weer 10 OK’s te herbouwen. Overigens is dat ook een terechte dynamiek, maar daar heb je van tevoren natuurlijk nooit bij nagedacht. Ik vind het wel geestig om te kijken naar die interdependenties tussen al die kleine schakeltjes in een systeem.
 

Dit lijkt nu ook te gaan gebeuren bij de thuiszorginstellingenJa, daar lijkt het wel op. Bij het ontwikkelen van strategie en beleid hebben beleidsmakers weinig of geen zicht op de ketens van interdependenties. We kijken dan wel heel intelligent en doen ook heel intelligent op dat moment, maar we weten eigenlijk helemaal niet wat dit allemaal betekent en wat de gevolgen zijn van deze aanpak. In de economie heb je daar heb begrip ‘externaliteiten’ voor. Consequenties worden niet doordacht.  Aan de andere kant. Het valt waarschijnlijk buiten de menselijke rationaliteit, we kunnen het gewoon niet bevatten.  Maar soms word je er wel een beetje moe van. Daarnaast is er natuurlijk nog de politieke druk om maar voortdurend te scoren met nieuw beleid.
 
Een nieuw onderwerp: Sociale innovatie.Henk Volberda heeft de term sociale innovatie gelanceerd. Inmiddels is er een NCSI en wordt er veel over geschreven en gediscussieerd. Wat vindt u hiervan? Hmm, zoiets is er vroeger ook al geweest. Het is natuurlijk leuk dat Henk dit vindt, maar na de Tweede Wereld oorlog is er op basis van Marshall gelden de commissie opvoering productiviteit (C.O.P.) opgericht door de S.E.R. Toen ging het over productiviteitsverbetering. Het was ‘tripartite’, net als het Nederlandse Centrum Sociale Innovatie. Het is in het begin van de jaren 80 opgebouwd naar Commissie Ontwikkelingsproblematiek Bedrijven (C.O.B.). In de jaren 90 is deze commissie opgeheven, omdat men in de S.E.R. toen vond dat het ‘tripartisme’ maar eens uit moest zijn. Nu 10 jaar later is het weer hetzelfde concept. Bij het NSCI wordt veel gewerkt met gedetacheerde krachten uit deelnemende organisaties, terwijl het C.O.P en het C.O.B. mensen in dienst hadden die zich met innovatie (toen heette dat ontwikkelingen) bezig hielden. Het onderwerp komt steeds weer terug op de agenda, wat wel leuk is. Maar ik heb daar zelf toch ook wel wat ideeën over…..(wordt vervolgd).

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *