De maatschappelijke onderneming, M.O.

Om de Nederlandse bureaucratie en regelzucht te verminderen wordt er al een tijdje nagedacht over een nieuwe ondernemingsvorm. Namelijk, de Maatschappelijke Onderneming, ofwel M.O. Deze ondernemingen leveren producten op gebieden als onderwijs, zorg en huisvesting vanuit een maatschappelijke doelstelling. Het kapitaal van de onderneming dient een maatschappelijk doel. Dit is statutair vastgelegd. De doelstelling is het bevorderen van professionalisering in de publiekrechtelijke sector zonder een zee aan regels. In de woorden van Minister Dekker van VROM (Balkenende II) , regelgeving moet omgebouwd worden van hindermacht naar ontwikkelkracht.

In het coalitieakkoord van het huidige kabinet Balkende IV staat te lezen dat ze de nieuwe organisatievorm willen gaan invoeren. Er worden momenteel voorstudies gedaan. In juni van dit jaar heeft minister Hirsch Ballin een proeve van een wetsvoorstel dat de maatschappelijke onderneming als nieuwe rechtsvorm introduceert voor advies naar verschillende instanties gestuurd. Vorige jaar het rapport over de nieuwe rechtsvorm, van een interdepartementale projectgroep, onder leiding van Herman Wijffels. De Maatschappelijke Onderneming, zonder winstoogmerk onderscheidt zich van de commerciële onderneming, doordat zij een externe, op de belangen van de afnemers van de aangeboden diensten gerichte, doelstelling heeft. Eventueel rendement (”winst”) wordt niet aan de kapitaalverschaffers uitgekeerd, maar komt geheel en al ten goede aan het publieke belang (volgens de statutaire doelstelling).

De maatschappelijke doelstelling neemt niet weg dat er in een marktsituatie wordt geopereerd en dat de onderneming onderhevig is aan de ontwikkelingen op hun markt(en). De belanghebbenden moeten hun inbreng kunnen hebben bij belangrijke strategische keuzes. Hoe dit precies eruit moet zien en hoe je de belanghebbende daadwerkelijk motiveert om te participeren is nog onduidelijk, zo kunnen we vandaag ook lezen in het FD). In het rapport worden 5 beleidsvarianten voorgesteld, waarover de minister van Justitie eind dit jaar een beslissing zal nemen. De doelstelling van deze ondernemingsvorm is institutionele maatschappelijke verantwoordelijkheid (zonder teveel overheidsbemoeienis).

Concreet betekent dit:

– Meer zelfstandigheid van de instellingen ten opzichte van de overheid;
– Creëren van ruimte voor professionals en ondernemerschap;
– Stevige maatschappelijke inbedding door verantwoording aan belanghebbenden.

Helemaal onomstreden is deze nieuwe ondernemingsvorm niet. Dat door de nieuwe rechtsvorm het interne toezicht binnen de maatschappelijke onderneming mogelijk wordt gemaakt, wordt over het algemeen toegejuicht. Of dit echter door een de introductie van een geheel nieuwe rechtspersoon gerealiseerd moet worden, wordt in twijfel genomen. Toezicht is immers ook mogelijk zonder het oprichten van een rechtspersoon. Ziekenhuizen en Hogescholen geven aan dat een juridische entiteit een stappeling van nieuwe regels oplevert. Tevens kan de invoering van een nieuwe rechtspersoon jaren duren. Een ander kritiekpunt richt zich op de starheid van het systeem. Als de rechtsvorm verplicht wordt gesteld voor semi-publieke instellingen blijft er minder ruimte over voor marktwerking en commerciële initiatieven. De instellingen wordt een bepaald keurslijf ingedrongen. Vooralsnog wordt door de rechtsvorm helderheid verschaft over de zeggenschap structuur binnen een semi-publiek instellingen, maar is er duidelijk kritiek over de wijze waarop. Eigenlijk zit niemand te wachten op een nieuwe rechtspersoon. (bron: www.4legal.nl). We zullen de ontwikkelingen volgen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *