Een nieuwe kijk op ons economisch denken is hard nodig en gelukkig ook mogelijk!

Op verschillende plaatsen had ik al lovende recensies gelezen van het boek ‘Doughnut economics’ (2017) van Kate Raworth. En nu ik het zelf gelezen heb, kan ik me daar alleen maar bij aansluiten. Een absolute aanrader voor iedere econoom, manager en beleidsmaker!

Op de eerste pagina’s van haar boek verwijst Raworth, zoals veel economen hun betoog beginnen, naar het ontstaan van het woord ‘economie’. Het woord ‘economie’ werd als eerste gebruikt door de Griekse filosoof Xenophon en is een combinatie van de woorden ‘oikos’, dat huishouden betekent, en ‘nomos’ dat regels of normen betekent. Samengevoegd betekent ‘economie’ dus het beheer van een huishouden. En daar komt Raworth ook gelijk met één van haar belangrijkste inzichten. In de Griekse oudheid was de eenheid van beheer inderdaad het huishouden en dat is in latere eeuwen uitgegroeid naar het beheer van de onderneming en het beheer van het land. Maar volgens Raworth is de enige logische en realistische eenheid van beheer de aarde, onze wereldbol! Hoe kunnen we bij het beheer van een onderneming of land belangrijke maatschappelijke kosten als milieuvervuiling of sociale uitbuiting beschouwen als ‘externe kosten’? Dat kan alleen omdat we onze eenheid van beheer nu te klein definiëren!

Raworth beschrijft in het eerste deel van haar boek de gedachtevorming over economie in de afgelopen eeuwen en de wijze waarop onze huidige economische modellen zijn ontstaan. Door het succes van de wetten van Newton is er een overdreven aandacht geweest voor de toepassing van natuurkundige wetmatigheden in het economisch denken. Overdreven omdat de economie zoveel beïnvloedende variabelen heeft, en deze zijn nog onderling afhankelijk ook, dat economie veel complexere problematiek is dan de rechtlijnige modellen die Isaac Newton gebruikte. Als we de problemen van nu willen aanpakken, dan hebben we andere modellen nodig. Daarom heeft Raworth’s boek als ondertitel: ‘Seven ways to think like a 21st-century economist’.

Een belangrijk model dat op dit moment veel gebruikt wordt, is het model voor de berekening van de maatstaf voor succes en groei van een land: het Bruto Nationaal Product (BNP). Raworth beschrijft een interessant experiment om te illustreren wat daarmee mis is. Vraag een willekeurige econoom of hij de groei van het BNP in de komende jaren wil tekenen in een grafiek. Negen van de tien economen tekenen dan een exponentieel stijgende lijn (want het BNP groeit ieder jaar x%). Dan legt Raworth uit dat deze opgaande lijn eigenlijk de eerste fase is van een S-curve. Want nagenoeg alle natuurlijke groeiprocessen volgen een S-curve waarbij de groei op een gegeven moment afvlakt naar nul omdat de ruimte of grondstoffen zijn uitgeput. Vervolgens vraagt zij de econoom waar wij nu staan in 2018 op deze S-curve? Staan we aan het begin van verdere groei of aan het begin van de afvlakking? Eigenlijk weet geen enkele econoom een goed antwoord op deze uiterst belangrijke vraag. Dit roept gelijk een mooie discussie op over groei: is groei altijd noodzakelijk en verantwoord? En voor wie?

Volgens Raworth is het BNP dus geen goede maatstaf. Niet alleen vanwege het voorgaande, maar ook omdat BNP alleen gaat over (materiële) welvaart. Raworth citeert John Ruskin die al in 1860 schreef: ‘The country is the richest which nourishes the greatest number of noble and happy human beings’.

Een andere grote denkfout in veel van onze economische modellen is dat deze gebaseerd zijn op de ‘Homo Economicus’, een mens die alleen aan zijn eigenbelang denkt, altijd rationeel handelt en  onbegrensde behoeften heeft. Volgens Raworth moeten we beginnen met ons mensbeeld opnieuw bij te stellen naar een beeld waarbij we de mens zien als: sociaal, samenwerkend, flexibel in zijn behoeftes en met gevoel voor afhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Alleen dan kunnen we volgens Raworth komen tot bruikbare economie modellen die zorgen voor een eerlijke verdeling van welvaart gekoppeld aan de inzet van herbruikbare grondstoffen en energie.

En waarom die naam ‘donut’-economie in de titel? Dit beeld gebruikt Raworth om aan te geven wat de omvang is van een rechtvaardige en duurzame economie. De buitengrens van de donut is de maximale omvang van de wereldeconomie waarbij het nog mogelijk is om onze aardbol duurzaam te blijven bewonen en de binnengrens is de minimale omvang die nodig is om iedereen op de wereld een goed leven te geven met voldoende voedsel, water en mogelijkheden voor ontwikkeling. Tussen die twee grenzen is het dus voor iedereen goed leven, nu en in de toekomst.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volgens Milton Friedman (1970) is het doel van de onderneming om (meer) winst te maken. Moderne economen stellen dat het doel van de onderneming is om bij te dragen aan het welzijn van de mensheid. Daarom is het volgens Raworth de morele en ethische plicht van economen, managers en beleidsmakers om bestaande economische theorieën te hervormen!

Als je Kate Raworth haar eigen verhaal wil horen vertellen, klik dan hier voor de uitzending van VPRO’s Tegenlicht over de Donut Economie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *