De vier fasen van een Cruciale Dialoog

In vorige columns had ik het over Creatieve Wisselwerking, het proces dat de Leider is en zorgt voor continue verbetering en de praktische toepassing van Creatieve Wisselwerking: Cruciale Dialogen, uitgaande van mijn boek ‘Cruciale dialogen, het dagelijks beleven van Creatieve wisselwerking’ (2012). In deze column ga ik dieper in op de vier fasen van een Cruciale Dialoog. Onderstaand model is zoals reeds gesteld onze metafoor voor Cruciale Dialogen.

Figuur 4 Roels

(klik op afbeelding voor meer details)

Het model heeft vier fasen, die uiteraard overeenkomen met de vier fasen van het Creatief wisselwerkingsproces. Ze krijgen binnen de Cruciale Dialogenmethodiek de volgende namen:

– Communicatie
– Appreciatie
– Imaginatie
– Transformatie

Het model heeft ook een midden en daar staat het vraagteken: symbool voor de te beantwoorden vraag, het op te lossen probleem.

Het midden

In het midden staat eigenlijk de complete mens, die in het nu de wereld wil beleven, die primair vanuit zijn gevoel een relatie heeft tot de actuele wereld (we spreken over een gevoel van verbazing – hoe is het zover kunnen komen?) en tot de wordende wereld (we spreken over een gevoel van spanning – wat kunnen wij er aan doen?).

Het midden is, zoals gesteld, ook een relatievraag en daarbij is heel belangrijk de antwoorden op de volgende vragen te weten: Wie is de eigenaar van de vraag? Wat is de relatie van de vraagsteller tot zijn vraag? Is het wel degelijk zijn vraag? Wat voor gevoelens heeft hij bij de vraag en tot het object waarop de vraag betrekking heeft?

Het belang van het eigenaarschap van de vraag

Het zich bewust worden van een vraag en deze ook in woorden kunnen uitdrukken, is voorbehouden aan denkende en sprekende wezens, aan mensen. De mens heeft de mogelijkheid zich als het ware tussen stimulus en respons te plaatsen met vragen in de zin van: wat gebeurt hier en hoe wil ik hiermee omgaan? Situaties op zichzelf stellen geen vragen. Het zijn altijd mensen die zich over iets verbazen, iets willen weten en tot een vraag om inzicht komen. Toepassing van dit alles is goud waard wanneer mensen bijeen komen om problemen te bespreken, bij Cruciale Dialogen dus. De eigenaar van de vraag is diegene die er bij wijze van spreken wakker van ligt, eronder lijdt, die tot elke prijs de oplossing van de vraag wil bewerkstelligen. Pas wanneer een vraag een eigenaar heeft, krijgt die vraag het vermogen iets in beweging te zetten.

Engagement

Wanneer mensen in werkrelaties met elkaar omgaan, werken ze vaak gemeenschappelijk aan bepaalde vragen. Iedereen die bij dit werken aan vragen betrokken is, dient niet alleen te weten wie de eigenaren van deze vragen zijn, maar ook op welk niveau dit is gebeurd. Voor een vruchtbare Creatieve Wisselwerking is daarover klaarheid broodnodig. Ook zij die geen eigenaar zijn van de vraag, dienen betrokken te zijn op een voldoende diepgaand niveau.

ABBA is een voorwaarde voor excellente Cruciale Dialogen in groep. Met ABBA bedoelen we niet de Zweedse popgroep van jaren geleden maar een acroniem voor “de Aanwezigen zijn Betrokken en de Betrokkenen zijn Aanwezig”.

Het gaat daarbij om de relatie tot de mensen die in het onderzoeksproces respectievelijk bij het veranderingsproces betrokken zijn. Gedurende Cruciale Dialogen is deze direct menselijke dimensie van de relatievraag van uitzonderlijk belang. Cruciale Dialogen gaan per definitie over ‘de waarheid’ en om uit te durven komen voor die waarheid is vertrouwen en openheid nodig.

Bij die menselijke dimensie dienen ook de volgende basisvragen te worden gesteld:

  • Wat wens ik echt voor mezelf?
  • Wat wens ik echt voor de andere(n)?
  • Wat wens ik echt met betrekking tot onze onderlinge relatie?

Tenslotte kan aan het eind van deze persoonlijke invraagstelling de volgende slotvragen worden gesteld:

  • Hoe zou ik mij gedragen indien ik écht deze resultaten wenste te bereiken?
  • Wat is daartoe het noodzakelijke denkkader? Of welke manier van denken zal dit gedrag sturen?

Fase 1 Communicatie

Metaovertuiging van de eerste fase: bij een dialoog maakt men gebruik van alle zintuigen

Niet alleen de klassieke zintuigen zijn van belang gedurende de communicatie fase, ook het zesde zintuig – de intuïtie – dient volledig gebruikt te worden willen wij tenminste diepgaand begrijpen waarover de communicatie gaat of anders gesteld wil men de anderen écht begrijpen.

Principe van de eerste fase: je kunt niet NIET communiceren

Inderdaad zelfs al zeg je niets dan nog communiceer je! Communicatie bestaat namelijk niet alleen uit woorden. Ook zonder woorden communiceren we in hoge mate (i.e. non-verbaal). Onderzoeken hebben aangetoond dat ongeveer negentig procent van wat we overdragen door non-verbale communicatie gebeurt! De term verbaal omvat in dit verband enkel het gebruik van woorden en zinnen. De wijze waarop iemand praat geeft dus enorm veel informatie.

Activiteit van de eerste fase: observeren

Observeren of Waarnemen is, gezien in veel gevallen ongeveer 90% van de informatie in het non-verbale schuilt, de cruciale activiteit van het onderdeel communicatie. Observeren doen we dus met de zes zintuigen, de vijf klassieke én de intuïtie.

Fase 2 Appreciatie

Metaovertuiging van de tweede fase: de kwaliteit van de appreciatie is recht evenredig met de kwaliteit van de ‘distincties’ die men inzet.

Deze metaovertuiging is gebaseerd op een uitspraak van Peter Senge, de auteur van het basisboek van de Lerende Organisatie: ‘De Vijfde Discipline’: “Do we hear with our ears? Do we see with our eyes? Or do we see and hear with our distinctions?”. Het begrip ‘distincties’ verwijst naar het persoonlijk denkkader die de werkelijkheid op een eigen specifieke manier ‘kleurt’. Zo houdt de ene persoon van klassieke muziek en een andere van pop; ze hebben verschillende ‘distincties’.

Principe van de tweede fase: ik heb de waarheid niet in pacht

In de loop der jaren ben ik er achter gekomen dat ik misschien wel geen enkele waarheid in pacht heb, mijn ‘waarheden’ veranderden namelijk zo dikwijls gedurende mijn leven. Het enige dat ik bezit is een stelsel van overtuigingen dat continu in ontwikkeling is en verandert, idealiter – en naar ik hopen mag – ten goede.

Activiteit van de tweede fase: interpreteren

Interpretatie is waarschijnlijk zo oud als de mensheid zelf. Gebaren, gewoonten, teksten, enzovoort spreken meestal niet voor zichzelf, maar vereisen uitleg en interpretatie. Het is daarom niet verwonderlijk dat interpretatie één van de oudste academische disciplines is. Al ons denken en handelen wordt steeds geleid door een bepaalde interpretatie van de werkelijkheid. Er is eigenlijk geen één ware interpretatie van de werkelijkheid. Door dialoog in de dialoog kunnen we, door het opschorten van het eigen gelijk en het waarderen van het gelijk van de ander, de verschillende interpretaties omsmeden tot een gedeeld reservoir van mening. In de tweede fase worden dus alle feiten – die in de eerste fase door onze zintuigen zijn opgenomen – door onze hersenen geïnterpreteerd. Deze interpretatie gebeurt door hersenen die op een bepaalde manier hebben leren zien, horen, voelen etc. De eigen referentiekaders zorgen ervoor dat de waargenomen realiteit wordt geïnterpreteerd. Onze referentiekaders zorgen er ook voor dat we een persoonlijk standpunt bepalen tegenover die werkelijkheid. Ervaringen echter hebben onze lenzen geslepen en soms zien we niet meer wat er feitelijk te zien is, dus we ‘zien’ wat we kunnen zien, door onze vervormde lenzen en willen zien, door onze eigen denkpatronen.

Fase 3 Imaginatie

Tijdens deze fase worden de mogelijke oplossingen voor het probleem of mogelijke acties voor het grijpen van een kans uitgedokterd.

Metaovertuiging van de derde fase: er is niet slechts één oplossing, er zijn er duizenden!

Die oplossingen zitten besloten in de werkelijkheid. Hoe meer wij zien van de werkelijkheid hoe meer oplossingen er kunnen gegenereerd worden. De verschillende interpretaties zorgen voor de voedingsbodem van een synergetische benadering van het probleem.

Principe van de derde fase: emoties overvallen je niet zomaar

Inderdaad emoties overvallen je wanneer de geapprecieerde werkelijkheid in schril contrast staat met de gewenste werkelijkheid, met je actuele waarden. Deze emoties kunnen leidt naar Creatiespanning. De creatie spanning is niet de angst voor verandering, die per definitie reactief is (‘van buiten naar binnen’). Het is de spanning die men van binnen voelt wanneer men beslist een keuze te gaan maken. Die spanning is natuurlijk en komt voort uit het verschil tussen wat ik nu heb (de gedeelde mening betreffende de realiteit) en datgene waarvoor ik kies (de gewenste toekomst). Er dienen dus twee fundamentele keuzes gemaakt te worden: ten eerste de keuze om trouw te blijven aan de eigen visie op je toekomst én een blijvend engagement voor de waarheid. Beiden zijn noodzakelijk zowel voor de creatiespanning als voor de omzetting van die creatiespanning in beweging.

Activiteit van de derde fase: imagineren

De emoties leiden u naar het antwoord op de vraag: wat wil je creëren. De emoties geven de energie om de broodnodige oplossingen te vinden teneinde de doelen te bereiken. De vragen die wij ons gedurende deze fase stellen zijn oplossingsgerichte vragen. Het creëren van oplossingen gebeurt door het maken van verbindingen tussen verschillende ideeën of mogelijke oplossingen.

Fase 4 Transformatie

Metaovertuiging van de vierde fase: je creëert je eigen toekomst

Ook in deze fase dient verwezen te worden naar het gedachtegoed van de lerende organisatie. In de Lerende Organisatie wordt de idee dat de toekomst voorspelbaar is opgegeven. De Lerende Organisatie anticipeert. Het leervermogen van een bedrijf moet op zijn minst even groot zijn, en liefst groter, dan de verandering in de omgeving. Alleen dan zal het bedrijf overleven. Binnen de Lerende Organisatie is de aanvaarding van onzekerheid één van de grote voorwaarden om het lerend vermogen waar te maken. En dit lerend vermogen dient omgezet te worden in acties. Deze acties zijn op hun beurt nieuwe ervaringen, veranderingen waarvan terug geleerd kan worden.

Principe van de vierde fase: blijvend correct beleven van het goede gedrag leidt naar blijvende verandering.

Dit principe zouden wij ook het principe van vasthoudendheid kunnen noemen.

Voor creatieve transformatie is meer nodig dan inzicht en het kiezen voor een set oplossingen. Creatieve transformatie, ook innovatie genoemd, heeft vasthoudendheid nodig. Vasthoudendheid is een kritiek onderdeel van de werking van een team. Het team mag om het even welk niveau van creativiteit ten toon spreiden, zonder vasthoudendheid zal het team falen wanneer het eropaan komt om gewenste resultaten te boeken. Vasthoudendheid is voornamelijk kritiek in het kader van weerstand. En de meeste nieuwe ideeën krijgen uiteraard een zeker niveau van weerstand te verduren. Om deze reden is vasthoudendheid de uitdrukking van engagement en discipline.

Activiteit van de vierde fase: handelen en doorzetten.

Uiteindelijk zorgt vasthoudendheid, herhaling, oefening en blijvend engagement ervoor dat de nieuwe inzichten en de genomen beslissingen omgezet worden in blijvend gedrag. Hierbij is het zogenaamde procesbewustzijn van uitzonderlijk belang. Het procesbewustzijn komt er op neer dat we, tijdens het uitvoeren van een taak, ons ervan bewust zijn dat we dit doen volgens een bepaald werkproces. Dit procesbewustzijn is niet alleen een heel specifiek onderdeel van het creatief wisselwerkingsproces in de vierde fase van Cruciale Dialogen. In het ideaal geval functioneert het optimaal gedurende de vier fasen van dit dynamische leerproces.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *