Apen innovatie les

Tot mijn verbazing blijken apen ons iets te zeggen te hebben over technologie en innovatie. Om precies te zijn, het gaat om de Orang-oetang, de meest handige gebruiker en onderzoeker van gereedschap in dierentuinen en bovendien een ware ontsnappingsartiest. In het wild was echter weinig van dat gereedschapsgebruik terug te vinden. Een van onze wereldberoemde onderzoekers, Carel van Schaik, ontdekte in 1992 bij toeval een groep Orang-oetangs in een Sumatraans moeras met een uitgebreide gereedschapstechnologie. Dat roept de vraag op: waarom daar wel, en elders niet? Wat opviel was het groepsgerichte en tolerante gedrag van deze groep.  Mannetjes delen zelfs voedsel met elkaar. De fijne sfeer zou kunnen komen door een overdaad aan voedsel. Er is onderdaad ruim voldoende te eten, maar dat komt door het gebruik van gereedschap. Een belangrijke aanvulling op het dagelijkse dieet van vruchten en noten is de neesia vrucht. Een harde noot om te kraken die heel smakelijke en vetrijke zaden bevat. Deze zijn echter ingebed in netelharen, wanneer een Orang-oetang de zaden met de vingers verwijdert, blijven de netelharen kleven en leiden tot infecties en ontstekingen. Door het gebruik van stukjes hout als lepel of wig kunnen onze apen toch genieten van de smakelijke zaden. De technologie kwam dus eerst, de overdaad aan voedsel is daar het resultaat van. Door de ontspannen manier waarop de groep met elkaar omgaat is er een klimaat waarbinnen het overdragen van vaardigheden en van elkaar leren mogelijk is (jawel: het bewerken van een takje door de blaadjes eraf te stropen, en op het puntje bijten om het rafelig te maken zodat er meer honing aan blijft hangen is geen instinctief maar geleerd gedrag). Wanneer de hiërarchische verhoudingen binnen een apengemeenschap zodanig zijn dat een aap met een lage rang een dominante groepsgenoot niet durft benaderen, en de andere kant op moet kijken om geen aandacht te trekken, is het lastig om van elkaar te leren. De bijzondere sociale verhoudingen binnen deze specifieke gemeenschap lijken het dus mogelijk te maken dat zich een uitzonderlijke gereedschapstechnologie kon ontwikkelen die in stand wordt gehouden door het overdragen van vaardigheden. De implicaties van dit verhaal zijn een open deur. Al te veel onderlinge concurrentie op de werkvloer en een sfeer van angst tussen leiding en medewerkers zit het ontwikkelen van nieuwe kennis en vaardigheden in de weg, en komt innovatie niet ten goede. De hele dag het bos afstruinen op zoek naar vruchten is ook niet handig, je bent dan wel een lekker drukke aap, maar je kunt niets meer leren van je soortgenoten. Ik ken wel organisaties waarvan ik vermoed dat ze van een beetje na-apen behoorlijk zouden opfleuren. Carel van Schaik is professor en directeur van het Antropologisch Instituut en Museum van de Universiteit van Zürich.   

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *