De Homunculus

De term Homunculus (Latijn voor mannetje of mensje) kwam ik voor het eerst tegen in een boek van Gerald Edelman. In Bright Air, Brilliant Fire probeert hij zijn theorie van Neuraal Darwinisme voor de leek toegankelijk te maken. Dat is niet helemaal gelukt, wat je had kunnen bedenken als je moet nadenken over hoe je nadenkt.

Enniewee, in 1972 ontving hij de Nobelprijs voor zijn onderzoek naar de werking van het immuunsysteem. Lange tijd werd gedacht dat in het lichaam één type lymfocyt, als een duizend-dingen-doekje, verantwoordelijk was voor de productie van antilichamen die zich als een morfologische kameleon om ieder indringend antigen konden vormen. Edelman ontdekte dat het lichaam niet één maar miljoenen verschillende lymfocyten genereert (of erft) waarvan er bijna altijd wel eentje past op de euvele uitvreter.

Het leidde tot het besef dat Darwin’s wetten van selectie ook moeten gelden voor het immuunsysteem en triggerde (waarschijnlijk) bij Edelman de gedachte dat dit ook voor de hersenen moet gelden.Ik weet niet wat tot dan toe de heersende theorie was met betrekking tot de werking van de hersenen, maar volgens Descartes zetelde het bewustzijn in de pijnappelklier. Hij veronderstelde daarmee een centrum van waaruit de hersenen bestuurd werden, een Homunculus dus. Nu was Descartes een zeer religieus man in een tijd dat de kerk zeer machtig was, zodoende had hij weinig moeite met de notie van een mannetje in je hoofd die de hele boel aanstuurt. Ongehinderd door het gapende gat in zijn theorie (hij twijfelde sowieso overal aan) zette hij zijn werk voort en ontketende als grondlegger van het rationalisme een revolutie in de wetenschap. Wat weer leidde tot de Industriële Revolutie en de opkomst van het Kapitalisme. Als ik te snel ga moet je het zeggen.

Toen in 1989 de muur viel werd het gevierd als overwinning voor het kapitalisme en de vrije markt. In feite een overwinning voor het Economisch Darwinisme en de onzichtbare hand van Adam Smith. Ruim 20 jaar later wordt pijnlijk duidelijk dat die hand enige sturing nodig heeft. Ook niet verwonderlijk want we willen graag behouden wat we in eeuwen van strijd hebben bereikt: beschaving. Moeder natuur mag heel mooi zijn, maar beschaafd is ze niet. Als we niet willen vervallen tot oermensen dan is enig toezicht op de apekooi gewenst. Zelfs de meest verstokte libertijnen hebben inmiddels Adam Smith er nog eens op nagelezen en constateren tot hun schrik dat hij zijn theorie ook voorzag van een moreel kader. Een Homunculus dus.

In onze maatschappij is de Homunculus de toezichthouder. Ik bedoel dat in de meest brede zin van het woord. Daar vallen onder; Raden van Commissarissen en Toezicht, instanties als de NMA, AFM, DNB, Opta, RCC, Buma/Stemra, CVDM, maar ook certificerende instanties, inspectiediensten en keurmerken. En als je je afvraagt op basis waarvan toezicht kan functioneren, dan ook journalisten en wetenschappers. Zij zijn de pijnappelklier, zij vormen het morele kader van Smith, zij zijn de onbewogen bewegers. Zij moeten er op toezien dat één soort niet alles gaat overheersen en als een zwerm sprinkhanen of reuzenpadden alles plundert. Wat we nu echter zien is dat de vrije markt toezicht houdt op zichzelf. Dat bijvoorbeeld journalisten aan de economen van de vrije markt vragen wat er aan de hand is in Europa. Dat is zoiets als aan de automonteur vragen wat hij vindt van de ontwikkeling van de mobiliteitsbehoefte of de opwarming van de aarde. Inmiddels is dankzij de totale vermenging van toezicht, politiek en journalistiek alles onderdeel van de vrije markt. Terwijl essentieel voor toezicht is dat je onbewogen blijft door hetgeen waarop je toezicht houdt. Dat je niet door die onzichtbare hand wordt aangestuurd.

Als we de vrije markt willen behouden én onze beschaving, als we niet in het kielzog van Economisch Darwinisme willen vervallen tot Sociaal Darwinisme, zullen we moeten zorgen dat de vrije markt met zijn onzichtbare tengels van de Homunculus afblijft. Rijst natuurlijk nog de vraag: wie houdt er toezicht op de toezichthouders? Dat doen wij, het volk, want wij zijn allen Homunculus in het diepst van onze gedachten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *